L’orage

Interprétation par Les Pornographes et Sébastien Giniaux

Version en public de Georges BRASSENS

Paroles de la chanson

Parlez-moi de la pluie et non pas du beau temps
Le beau temps me dégoûte et m’fait grincer des dents
Le bel azur me met en rage
Car le plus grand amour qui m’fut donné sur terre
Je l’dois au mauvais temps , je l’dois à Jupiter
Il me tomba d’un ciel d’oraage

Par un soir de Novembre à cheval sur les toits
Un vrai tonnerre de Brest avec dse cris d’putois
Allumait ses feux d’artifice
Bondissant de sa couche en costume de nuit
Ma voisine affolée , vint cogner à mon huis
En réclamant mes bons offices

Je suis seule et j’ai peur ouvrez moi par pitié
Mon époux vient d’partir faire son dur métier
Pauvre malheureux mercenaire
Contraint d’coucher dehors quand il fait mauvais temps
Pour la bonne raison , qu’il est représentant
D’une maison de paratonnerres

En bénissant le nom de Benjamin Franklin
Je l’ai mise en lieu sûr entre mes bras câlins
Et puis l’amour a fait le reste
Toi qui sèmes des paratonnerres à foison
Que n’en as-tu planté, sur ta propre maison ?
Erreur on ne peut plus funeste

Quand Jupiter alla se faire entendre ailleurs
La belle ayant enfin conjuré sa frayeur
Et recouvré tout son courage
Rentra dans ses foyers faire sécher son mari
En m’donnant rendez-vous, les jours d’intempéries
Rendez-vous au prochain orage

A partir de ce jour j’n’ai plus baissé les yeux
J’ai consacré mon temps à contempler les cieux
A regarder passer les nues
A guetter les stratus à lorgner les nimbus
A faire les yeux doux, aux moindres cumulus
Mais elle n’est pas revenue

Son bonhomme de mari avant tant fait d’affaires
Tant vendu ce soir-là de petits bouts de fer
Qu’il était dev’nu millionnaire
Et l’avait emmenée vers des cieux toujours bleus
Des pays imbéciles, où jamais il ne pleut
Où l’ont ne sait rien du tonnerre

Dieu fasse que ma complainte aille tambour battant
Lui parler de la pluie, lui parler du gros temps
Auxquels on a t’nu tête ensemble
Lui conter qu’un certain coup de foudre assassin
Dans le mille de mon coeur, a laissé le dessin
D’une petite fleur qui lui ressemble

Nederlandse traductie – Onweer / Gerard WIJNEN

Heel wat meer dan mooi weer stel ik regen op prijs.
Om mooi weer geef ik niks, het brengt me van de wijs;
Van blauwe luchten kan ik balen.
Want de mooiste vrijpartij, waar ’k nog altijd op teer,
Dank ik aan Jupiter, dank ik aan hondenweer;
Die kwam uit onweer nederdalen.

Er barstte ’s nachts in november, laag boven de stad,
Een zware donderbui los, die wat te vieren had
En hemels vuurwerk af kwam steken.
Uit haar sponde gevlucht, gehaast, in nachtgewaad,
Bonsde zij op mijn deur – van angst ten einde raad,
Mijn buurvrouw, die om hulp kwam smeken.

‘’k Ben alleen, ’k ben zo bang, alsjeblief, laat me erin,
Want mijn man is op pad, op hoop van wat gewin;
Je moet de stakker dat vergeven.
Hij slijt bliksemafleiders, draad dus en wat buis.
Bij slecht weer is hij dan soms dagenlang van huis;
’t Is bikkelhard, het zakenleven.’

Ik dankte Benjamin Franklin voor zijn heldere kop.
Nam haar veilig in huis en in mijn armen op;
De rest deed ons van liefde blaken!
Jij die overal die bliksemafleiders verspreidt,
Kon j’ er niet één op het dak van ’t eigen huisje kwijt? –
Fatalere fout kon je niet maken.

Toen Jupiter vertrok met zijn donderend geweld,
Was al gauw mijn idool wat van de schrik hersteld
En snel herwon ze haar courage.
Ging naar huis weer terug, wreef haar man keurig droog,
Maar beloofde me wel, en bij laag en bij hoog,
Bij ’t volgend onweer een vrijage.

Vanaf toen heb ik mijn blik niet één keer afgewend.
Al mijn tijd heb ik sindsdien besteed aan ’t firmament;
Heb ik iedere wolk in acht genomen.
Naar een status gespied, naar een nimbus gegluurd,
Naar de minste cumulus heb ik hunkerend getuurd,
Maar ze is niet meer teruggekomen.

In die nacht sleet haar man al zijn waar, zijn metaal,
Al die pinnen voor het vangen van een bliksemstraal;
Werd stinkend rijk, zat niet meer zonder.
En hij nam haar toen mee naar de immer blauwe lucht
Van ’t stompzinnige land, waar men nooit regen ducht,
Waar men geen bliksem weet van donder.

God, zorg dat met tamtam al mijn triest gelamenteer
Haar verhaalt van veel regen en van beestenweer,
Dat ons bediende zonder wenken;
Haar vertelt dat daardoor in mijn hart, sinds die dag,
Een kleine bloem staat gegrift, ineens, bij donderslag,
Een bloempje dat aan haar doet denken.

Les accords de l’accompagnement musical

Em / A7 / D / F#7 / Bm / C#7 F#7 / Bm Em D F#7 Bm

L’auvergnat

Interprétation de Slimane

Version en public de Georges BRASSENS

Paroles de la chanson

Elle est à toi cette chanson
Toi l’auvergnat qui sans façons
M’as donné quatre bouts de bois
Quand dans ma vie il faisait froid
Toi qui m’as donné du feu quand
Les croquantes et les croquants
Tous les gens bien intentionnés
M’avaient fermer la porte au nez
Ce n’était rien qu’un feu de bois
Mais il m’avait chauffé le corps
Et dans mon âme il brûle encore
A la manière d’un feu de joie
Toi l’auvergnat quand tu mourras
Quand le croque-mort t’emporteras
Qu’il te conduise à travers ciel
Au père éternel

Elle est à toi cette chanson
Toi l’hôtesse qui sans façons
M’as donné quatre bouts de pain
Quand dans ma vie il faisait faim
Toi qui m’ouvris ta huche quand
Les croquantes et les croquants
Tous les gens bien intentionnés
S’amusaient à me voir jeuner
Ce n’était rien qu’un peu de pain
Mais il m’avait chauffé le corps
Et dans mon âme il brûle encore
A la manière d’un grand festin
Toi l’hotesse quand tu mourras
Quand le croque-mort t’emporteras
Qu’il te conduise à travers ciel
Au père éternel

Elle est à toi cette chanson
Toi l’étranger qui sans façons
D’un air malheureux m’as souri
Lorsque les gendarmes m’ont pris
Toi qui n’as pas applaudi quand
Les croquantes et les croquants
Tous les gens bien intentionnés
Riaient de me voir amener
Ce n’était rien qu’un peu de miel
Mais il m’avait chauffé le corps
Et dans mon âme il brûle encore
A la manière d’un grand soleil
Toi l’étranger quand tu mourras
Quand le croque-mort t’emporteras
Qu’il te conduise à travers ciel
Au père éternel

Nederlandse traductie – Lied voor een Stugge Zeeuw / Gerard WIJNEN

Louter voor jou zing ik dit lied,
Jij, Stugge Zeeuw, die mij om niet
Zomaar liet delen van je hout,
Want toentertijd was het echt koud.
Jij had wat vuur en deelde dat, toen
Al die lui met hun goeie fatsoen,
Een lompe boer, een botte boerin,
Slechts dachten aan ’t eigen gezin.
’n Paar stukken hout, meer was het niet,
Maar mijn lijf verwarmde het toch.
En in mijn hart, daar brandt het nu nog;
Een gloed waar ik steeds van geniet.
Jij, Stugge Zeeuw, als je het leven laat,
Als Maag’re Hein aan de haal met je gaat,
Dwars door de hemel brengt hij je vlug
Naar de Alvader terug.

Louter voor jou zing ik dit lied,
Jij, Hospita, die mij om niet
Zomaar liet delen van je brood,
Want toen was de honger echt groot.
Jij had een maal en deelde dat, toen
Al die lui met hun goeie fatsoen,
Een lompe boer, een botte boerin,
Slechts dachten aan eigen gewin.
’n Paar stukken brood, meer was het niet,
Maar mijn lijf verwarmde het toch.
En in mijn hart, daar brandt het nu nog;
Een feest waar ik steeds van geniet.

Jij, Hospita, als je het leven laat,
Als Maag’re Hein aan de haal met je gaat,
Dwars door de hemel brengt hij je vlug
Naar de Alvader terug.

Louter voor jou zing ik dit lied,
Jij, Vreemdeling, die mij om niet
Met een meewarige blik bekeek,
Terwijl de politie me greep.
Je stond niet te juichen, ook niet toen
Al die lui met hun goeie fatsoen,
Een lompe boer, een botte boerin,
Om me lachten, want ze pikten me in.
Een aardig gebaar, meer was het niet,
Maar mijn lijf verwarmde het toch.
En in mijn hart, daar brandt het nu nog;
Een zon waar ik steeds van geniet.

Jij, Vreemdeling, als je het leven laat,
Als Maag’re Hein aan de haal met je gaat,
Dwars door de hemel brengt hij je vlug
Naar de Alvader terug.

Les accords de l’accompagnement musical

Am E7 / E7 Am / Am E7 / Am G C / E7
Am E7 / E7 Am / Am E7 / Am G C / C Dm G C
Dm E7 Am / Dm Am / F E7
Am E7 / E7 Am / Am Am Dm G / F F E7 Am